Het onstaan
De Nederlandse Tessa Klooster en de Peruaanse Renzo Calizaya Galdo troffen elkaar in mei 2006 in Arequipa. Renzo gaf haar Spaanse les. Op dat moment zocht hij ook een nieuw vrijwilligersproject voor enkele ex-studenten en vertelde Tessa over de weeshuizen. Tessa: ‘Een dag later vond ik mezelf terug in Cuna Chavez de la Rosa. Een babyweeshuis voor kleintjes van nul tot vijf jaar, allemaal kinderen die door de rechter uit huis zijn geplaatst. Overal lagen kindjes te huilen. Anderen staarden naar het plafond. In een afgeschermd hoekje lagen baby’s, sommige nog maar enkele weken oud. Mijn hart werd eventjes heel klein. Drie verzorgsters renden al de hele dag heen en weer om de 26 hummeltjes te verzorgen. We besloten een paar kinderen op te pakken, die meteen stil werden en ons diep raakten met hun grote ogen.
Dagelijks keerden we terug om te helpen met voeden, met ze spelen, ze te leren lopen en om met ze naar buiten te gaan.’ Circa Renzo nam Tessa ook mee naar Circa, een weeshuis gerund door een Spaanse madre. Verdeeld over negen locaties leven zo’n 350 weesjes van twee tot achttien. Sommigen zijn ouderloos. Anderen wonen er omdat hun ouders niet voor ze kunnen zorgen. Ze zijn superblij met een beetje extra aandacht. Daarbij kunnen de leefomstandigheden in hun huizen beter. Zo wordt er in één centrale keuken gekookt en warmen kinderen in alle locaties hun maaltijd (veelal rijst) zelf op een klein gastoestelletje op. Op zondag gebeurt dat buiten op hout, want gas is duur.
Dagboekjes
De Peruaan en de Nederlander trokken dag in, dag uit door het centrum van Arequipa. Ze kochten matrassen en lieten bedzeiltjes maken voor de kinderen die nog in bed plasten. Ze schaften een grote kast aan, 160 kilo fruit, een nieuwe gasaansluiting én gas. Ook kregen 48 meisjes van één locatie een dagboekje. Het werd een geweldig feest. Natuurlijk moest in alle 48 exemplaren iets worden geschreven.
Ziek
De wintermaand juni was voor Arequipaanse begrippen steenkoud (5 graden Celsius). Peruanen waren snipverkouden. Ook de baby’s in Circa waren ziek. En deel van de donaties werd besteed aan zestig luierbroekjes, zestig paar wollen schoentjes, ibuprofen, paracetamol, vitaminen, slabbetjes, vochtige doekjes, colonia, handdoeken, kinderstoelen, loopstoeltjes, knuffeltjes en bijtringen. Hoewel nog niet al het donatiegeld was uitgegeven, moest Tessa begin juli terug naar Nederland. Ze hield contact met Renzo en ze spraken af zich te blijven inzetten voor de kleintjes. Bestuur bij elkaar Renzo bracht de daaropvolgende maanden alle huidige bestuursleden met elkaar in contact. Ergens in oktober ontmoette Tessa Marieke en Trees die elkaar al kenden van hun vrijwilligerswerk in Peru. Trees was echter tijdelijk in Nederland en vertrok al gauw weer naar Peru om zich verder in te zetten voor Peruanitos. Ze overlegden met Renzo en besloten stichtingen op te richten in Peru en in Nederland. Op dat moment stuurde Dorien Wilschut, ook een ex-student van Renzo, een mail of zij ook kon helpen. Zij bracht Jeroen Kooistra mee en zo was Stichting Patakalas (Nederland) compleet. Klaar om te werken aan een bijzondere missie: ‘Schoenen te geven om het pad des levens te kunnen bewandelen’.

